Hoofdtekst
An Bilzeke’s ne put zat er ne keer een hele bende volk te werken. Ze zoaten under malkoar te gekken en te spotten. Er kwam doa nen skoeonen heere voeorbie ip een zwort peerd. Je vroeg de weug noa een bepoalde plekke. Ze lachten ermee en een van die gasten zei: “Alle weugen loeopen noa doa”. Je reed voeort. Een bitje er achter zoagen ze dat ’t boerhof en de skelven stroeo stonden te branden. Oet ze giengen kieken gebeurde er juiste nieten. Dien heer had ze vaste gehad.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Bij een put in Wakken stonden enkele mensen te lachen en plezier te maken. Opeens kwam er een deftige heer op een zwart paard voorbij, die de weg naar een bepaalde plaats zocht. De toehoorders lachten en zeiden spottend: "Alle wegen leiden naar daar!" Kort nadat de heer was voortgereden, zagen de mensen dat de boerderij en de schelven stro in brand stonden. Toen ze dichterbij kwamen, bleek er vreemd genoeg niets aan de hand te zijn.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (tielt en izegem)
336
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Wakken   
Plaats van Handelen
Wakken   
