Hoofdtekst
En mensen die daar binnen waren om een pinte te drinken den zondagavond, nee, in de winter, donker zijn, ze komen buiten, den een ging schone (gemakkelijk) naar huis en den ander klawierde (klauterde) daar altijd een kant op en niet kunnen voorsgaan, daar geen straat vinden, juist buitenkomen en de kant opklawieren. ’t Was ook zij die dat dei, zeien ze.
Beschrijving
Tijdens de winter zaten enkele mannen op zondagavond vaak in een herberg. Eén van de mannen had altijd veel moeite om thuis te geraken omdat hij door één of andere vreemde kracht altijd in de gracht werd geduwd.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
18d
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Brielen   
