Hoofdtekst
Bij Neeskes hadden de pjad (paarden) de maar. Dan woren de heel manen gevlochten en de deuren vlogen op en dat gebeurde drei-vier keren op e jaar. Duw (toen) hadden ze 't laten zingeren (zegenen) en toen was 't gedaan. Van die pjad dat was echt en do woor niks aan te doen. Dat was heel gekuppeld en dat moesten ze met de hand losdoen.
Beschrijving
De paarden van Neeskes werden vaak bereden door de maar. De deuren van de stal vlogen dan open en de manen van de dieren waren gevlochten. Nadat men de stal had laten zegenen, had men geen last meer van de maar.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (bilzen)
116
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Neeskes   
Naam Locatie in Tekst
Rosmeer   
