Hoofdtekst
’t Was hier ‘ne gebuur, en hij kwam ‘ne keer ’s avonds de Varende Vrouwe tegen in het bos. En hij liep al wat hij geven koste naar zijn huis. En ‘k was daar zuuste. En ’t zweet liep van hem. En hij zei: "’k Heb de Varende Vrouwe tegengekomen in den bos. We gaan der were van hebben!!" Hij was deur den bos geweest, en hem naar huis al lopen. Maar de Varende Vrouwe achtervolgde hem. En ze vloog rats over hem en ze sloeg hem plat tegen d’eerde. En lijk ‘nen pijl vloog ze in ’n witte rookwolke weg.
Beschrijving
Een man die op een avond de varende vrouw tegenkwam in het bos, liep zo snel hij kon naar huis. De varende vrouw achtervolgde de man, vloog over hem heen en sloeg hem tegen de grond. Daarna verdween ze in een witte rookwolk.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
56
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Avelgem   
