Hoofdtekst
Op d’hofstee bij de Waaienburg, dat was een paster die weggelopen was en de dochter en wilde daarvan niet weten en uit wrake hij hadde die hofstee betoverd. En benachte alle soorten van geruchten dat ze daar mieken op die hofstee, oh ha, zakken versmijten en stoels versmijten.
Beschrijving
Een pastoor die het seminarie had verlaten, wilde trouwen met de dochter van een boer. Omdat het meisje de man had afgewezen, betoverde deze de boerderij waarin het meisje woonde. Zakken en stoelen werden omver gegooid en men hoorde allerlei vreemde geluiden.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (franse grens)
545
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beveren   
