Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LOMBO184

Een broodjeaapverhaal (mondeling), woensdag 21 april 1999

Hoofdtekst

Annelies: "Nou, jongens en meisjes, ik ga een verhaal vertellen. Dus het is de bedoeling dat je heel stil bent, en dat je luistert naar het verhaal."
Christiaan pakt trom en wil er op slaan: "En als je niet luistert, dan doen we zo."
Annelies: "Dat doen we allemaal een keer. Zal ik eens laten zien wat we doen? [Slaat eenmaal op trom] Ik ben Annelies. Nou mag jij. Nou mag jij jouw naam zeggen."
Christiaan slaat op trom: "Ik ben Christiaan."
Louka: "Ik ben Louka."
Florette [een moeder]: "Ik ben Florette."
Stan: "Stan."
Fendoua: "Ik ben Fendoua."
Ella: "Ella."
Don: "Don."
Theo: "En ik ben Theo."
Annelies: "Nou, het verhaal gaat vandaag over het circus."
Christiaan wijst op de rode neuzen: "Ik hoef dat niet."
Annelies zet ze weg: "Nee? Gaan we straks eens naar kijken, wat we daar mee gaan doen, hè? D'r was eens een circus waar twee kinderen woonden. En die woonden en die werkten bij het circus. Die waren altijd daar. Want hun vader en hun moeder, die woonden ook daar. Die werkten ook daar. En het meisje heette Hanna, en die was zeven jaar, en het jongetje dat was haar broertje en die was vijf jaar. En ze hoefden nooit naar school, want ze waren altijd op het circus, elke keer in een andere stad. En een tante die gaf hun altijd les. En de vader die was een leeuwentemmer. Weet je wat dat is?"
Kinderen: "Ja."
Annelies: "Wat doet die?"
Louka: "In een tent."
Annelies: "Ja, en in het circus doen de leeuwen allemaal kunstjes altijd, hè? En een leeuwentemmer, die..."
Christiaan: "Die... Kijk, de leeuw gaat dan door zo'n hoepel waar brand zit."
Annelies: "Precies. Die springt daar zo doorheen, hè? Heel gevaarlijk, maar hij kan het heel erg goed. En ook kon de leeuwentemmer dan zijn hoofd in de bek van de leeuw doen, en dan ging de leeuw niet zijn bek dichtdoen. Dus dat is heel eng, want dan ging 'ie met z'n hoofd helemaal zo in die bek, maar dan deed die leeuw helemaal niks, want die kende de leeuwentemmer heel goed. Dat was de vader van Hanna en Daniël."
Ella: "Jij heet Annelies."
Annelies: "Ik heet Annelies, ja dat is zo."
Ella: "En m'n moeder heet Tessa."
Annelies: "Tessa, o, dat is ook een mooie naam."
Louka: "Mijn juf heet ook Annelies."
Annelies: "Wat leuk. Dat zijn allemaal dezelfde namen, hè? Nou, en toen gingen Hanna en Daniël, die gingen altijd helpen met de olifanten. Want d'r waren ook olifanten in het circus. Vier olifanten. En die konden ook allemaal kunstjes. En Hanna en Daniël gingen altijd helpen. Als er weer 's avonds allemaal mensen waren, die gingen kijken, en er heel veel publiek was, en de voorstelling begon, gingen zij alle spullen voor de olifanten neerzetten. Weet je wel: zo'n ton waar ze op kunnen zitten? Waar ze op kunnen lopen naar een volgende ton? Van die kunstjes die ze kunnen doen? Op twee poten zitten kunnen ze ook, hè? Of twee olifanten..."
Louka: "Of kunnen zitten."
Annelies: "Ja, kunnen ook zitten. En op één poot staan, dat kunnen ze ook, ja. Nou, daar hielpen Daniël en Hanna altijd mee. En dan deden ze zo'n neus op, [wijst] zo eentje, en dan gingen ze in de circustent, en dan gingen ze de olifanten helpen met de kunstjes te doen. Dus dat was heel erg leuk voor ze. En steeds als de olifanten dan moesten komen, deden ze [fluit met de mond]: 'Fiehfuuh.' En dan kwamen de olifanten naar hun toe, en dan gingen ze staan. Dan gingen ze netjes staan. Dat vond het publiek altijd heel erg leuk dat ze dat gingen doen."
Christiaan: "Mooi verhaaltje."
Annelies: "Ja, maar nu komt het. Op een dag gebeurde er iets heel ergs. Want er was een meneer, en die was heel jaloers op het circus. Die was een beetje kwaad. Want die wou ook zo'n mooi circus, en dat had 'ie helemaal niet. Dus hij wou dat er alles verkeerd ging in het circus, zodat hij een ander circus van zichzelf kon hebben. Wat deed hij? Hij had zo'n schietpistool, dat geen kogels heeft, maar heel veel lawaai maakt. Weet je wel: PANG! Bij wedstrijden kan je dat ook hebben. Midden toen de olifanten kunstjes aan het doen waren - die zaten net zo -, deed hij: 'PANG!' Dat was heel hard, dat klonk heel hard. Dus de olifant, die schrok zich een hoedje. Die zei: 'Prgggg.' Die ging zo op zijn poten, en die rende zo weg, en die rende zo het circus uit. En die maakte zo de deur kapot waar 'ie doorheen moest uit het circus, en die liep zo... rende die het weiland in. En de koeien die daar stonden, zo van: 'Whoeh! Moehhh! Wat is dat nou weer? Dat beest dat is geen koe! Dat is ook geen paard. Wat een raar beest is dat!' Dus die schrokken heel erg. [...] En alle mensen renden achter de olifant aan. En de olifant rende zo door de sloot heen; die werd helemaal onder de modder en die was helemaal nat. Maar daar moesten de mensen achter aan, die moesten ook door de sloot heen. Dus die moesten 'stfftstfft' zo d'r doorheen, en die waren ook helemaal onder de modder. De gezichten helemaal zwart."
Christiaan: "Haha."
Annelies: "En de politie-agenten moesten d'r ook achteraan. Die moesten natuurlijk de olifant vangen. En die werden ook helemaal zwart."
Christiaan: "Haha."
Annelies: "En toen kwam de olifant in de stad. En toen ging die langs een..."
Christiaan: "Weiland."
Annelies: "Een weilandje. En toen ging 'ie langs de was van de mensen daar buiten in het tuintje. Ging 'ie door de tuin heen. Toen kwam er een laken zo over hem heen. En toen liep 'ie verder met dat laken over hem heen. Toen leek 'ie net een spook. En toen liep 'ie op de straat en alle mensen waren heel erg bang, want er liep een spook opeens. 'Huh,' de mensen gingen gauw hun huis in. Toen kwam 'ie bij een groenteboer. Weet je wat 'ie allemaal ging eten? Wat lusten olifanten?"
Don: "Olifanten? Uh... uh... uh... appels."
Annelies: "Ja, precies."
Don: "Banaan."
Annelies: "Ja, ook."
Christiaan: "Wat schillen."
Don: "Gras."
Annelies: "Ja, ook gras."
Don: "Wortels."
Annelies: "Wortels ook. Dus wat dacht die olifant? Die zag allemaal lekkere dingen bij de groenteboer, zomaar klaar liggen buiten in de bakken. 'Oh, mmm, een appeltje, mmm, nog een appeltje, mmm.' Met een slurf pakte 'ie steeds wat. En dan ging 'ie allemaal appels..."
Louka: "Dat is slim, want als 'ie een slurf heb, kan 'ie iedereen oppakken."
Annelies: "Ja. Dat is slim hè?"
Louka: "Gooit 'ie tegen de muur op: 'Poing'."
Annelies: "Kan 'ie ze zo overal heengooien met z'n slurf. Vond 'ie hartstikke leuk."
Christiaan: "Waarom doet 'ie dat dan?"
Annelies: "Nou, hij had gewoon lekker honger. Hij had zin in appeltjes. En in worteltjes."
Christiaan: "Waarvoor gooit 'ie dan mensen weg?"
Annelies: "De mensen waren hartstikke bang voor hem. Ze dachten dat het een spook was. En toen liep 'ie verder en toen kwam 'ie bij een fontein. En daar was allemaal water. Daar ging 'ie z'n slurf in het water steken, en toen ging 'ie al de politie-agenten nat sproeien. De waren helemaal onder het water! En toen was die gemene meneer, die was er achteraan gereden met zijn auto. Want die vond het wel leuk, dat die olifant alle straten in ging. Die dacht: 'Haha, lekker alles gaat mis met het circus.' Maar toen ging 'ie zijn auto achter de olifant neerzetten, om goed te kijken wat die olifant allemaal deed. En weet je wat die olifant deed? Hij dacht: 'Ha, nou ben ik een beetje moe. Weet je wat ik ga doen? Ik ga eens lekker zitten.' Toen deed 'ie: 'Pfffrt'. Ging eens even lekker zitten. Boven op de auto!"
Louka: "Hahaha."
Annelies: "Wat gebeurt er nu met de auto? Die ging helemaal...?"
Don: "Plat."
Annelies: "'Schiwwww' 't Werd helemaal een plat autootje. [Wijst met duim en vinger] Zo plat was 'ie."
Christiaan: "Helemaal plat als de grond."
Annelies: "Ja. Bijna, zo'n stukje van de grond."
Don: "Plat als een dubbeltje."
Annelies: "Ja. Dus die meneer was niet zo erg blij, die gemene meneer. [...] En toen? Wat gebeurde er toen? Toen kwamen Hanna en Daniël, die waren er ook achteraan gerend, met hun neuzen nog op. Want ze hadden altijd een clowns-neus als ze in het circus waren. [...] En die gingen dus zo, met hun neus op, gingen ze achter de olifant aan. En weet je? Ze kenden met de olifant altijd een kunstje. Deden ze: 'Fiehfuuh'. En dan ging die olifant luisteren. 'Fiehfuuh' Die kende dat. En dan ging 'ie weer helemaal stilstaan. Stokstijf stilstaan. Want dan weten ze dat dat het geluid is van Hanna en Daniël. En dat deden ze dus ook toen die olifant daar in de stad bij die auto zat. En dan: 'Fiehfuuh' En toen ging de olifant helemaal stilstaan. En toen was 'ie weer aan het luisteren naar Hanna en Daniël. En toen ging 'ie weer eens mee. En Hanna en Daniël: 'Fiehfuuh' Toen liepen Hanna en Daniël zo snel terug naar het circus en kwam de olifant achter hun aan terug tot aan het circus. Dus toen waren alle mensen heel erg blij dat de olifant weer terug was. En de direkteur was heel erg blij. En de burgemeester kwam en die feliciteerde, en die hield een toespraak. En d'r was een optocht en muziek. En de mensen waren heel erg blij dat de olifant weer terug was. En toen gingen ze optocht houden met allemaal clowns. Weet je wel: allemaal hadden ze zo'n neus op, en dan gingen ze een optocht maken. Zullen wij dat ook doen? Nou, pak maar eens een neus."
(Verteld door Annelies in Buurthuis Transvaal op het Turkse Kinderfeest gevierd op 21 april 1999)

Onderwerp

BRUN 01200 - The Elephant That Sat on the VW    BRUN 01200 - The Elephant That Sat on the VW   

Beschrijving

Een olifant ontsnapt uit het circus omdat een man met een pistool schiet. Even later gaat de olifant op de auto van de man zitten. Uiteindelijk wordt de olifant weer naar het circus gebracht.

Bron

mondelinge vertelling (bandopname archief Meertens Instituut)

Commentaar

21 april 1999
The Elephant That Sat on the VW

Naam Overig in Tekst

Hanna    Hanna   

Annelies    Annelies   

Christiaan    Christiaan   

Florette    Florette   

Stan    Stan   

Fendoua    Fendoua   

Ella    Ella   

Don    Don   

Theo    Theo   

Naam Locatie in Tekst

Daniël    Daniël   

Louka    Louka   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21