Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MVAND0231_0231_43651

Een sage (mondeling), 1955

Hoofdtekst

Hond met jongen in 't bed.Vruger jaren dan aaien de boeren veel boeien : knechten en koeters en zo. Naar 't etgen dan bleven die zitten en die baden dan gewoonlijk de rozenkrans. De jongste koeter dien aai altijd de meeste praat. Da zei de boerin: "Laat d'ander mensen toch klappen!" Die schol op toverheksen en dat hem er nie bang van was. Hij aai praat genoeg. Op nen avond zeet hem: "Ik gaan naar mijne nest." "Manneke", zeet de boerin, "da meugde nie zeggen, anders krijgde met de toverheksen te doen. Nen hond hee ne nest, maar ne mens heet een bed." "Da's gevaarlijk van dat te zeggen", zei ze. Hij ging slapen en d'r laag nen hond mee zeuven jong hondjes in 't bed. En hij kwaam schreeuwen naar beneien. En iedereen moest mei om die toverheks te verwijderen.

Beschrijving

Op een boerderij werkte een koewachter die altijd veel praat had en de spot dreef met toverij. Op een avond zei de koewachter: "Ik ga naar mijn nest", waarop de boerin antwoordde: "Dat mag je niet zeggen. Een hond heeft een nest, maar een mens heeft een bed". Toen de koewachter naar boven ging, trof hij een teef met zeven puppies in zijn bed aan". De koewachter ging huilend terug naar beneden. Iedereen moest met hem meegaan om 'de heks' uit zijn bed te halen.

Bron

M. Van den Berg, Leuven, 1955

Commentaar

2.1 Heksen
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
294
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Lillo    Lillo