Hoofdtekst
Daar was eens een vrouw die die gezien had en die verstak zich in het midden van een korenveld met hare voorschoot voor haar ogen, en daar kwam een dwaaslicht op haar af en toen liep ze haar huis binnen en ze keek door een klein vensterke naar buiten en dat dwaaslicht kwam af en dat sloeg flats! dat vensterke uit. Of het waar is dat weet ik niet.
Beschrijving
Een vrouw die in het midden van een korenveld een dwaaslicht had gezien, hield haar schort vóór haar ogen. Toen het dwaaslicht dichterbij kwam, liep de vrouw snel naar huis. Het dwaaslicht vloog naar het venster en sloeg de ruit uit.
Bron
A. Princen, Leuven, 1965
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (tussen hasselt en beringen)
13
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Heusden   
