Hoofdtekst
Ja, dat is wel niet over heksen, maar dat was toch iets raar. Vroeger lagen de kerkhoven vaak nog langs de kerk hé. En ik weet nog dat mijn grootvader vertelde dat hij met een paar vrienden, toen waren ze nog kwajongens, dat die toen van die bieten uitsnijden en dan kaarsen erin zetten. Ge kent dat wel, nu doen ze dat nog soms, zo bieten uitsnijden en dan kaarsen erin zetten. Awel, zij deden dat ook en toen is de pastoor op ene nacht heel boos naar hen toegekomen. Die was zo giftig (woedend) dat de kinderen echt bang kregen. Die pastoor zei dat dàt niet mocht want dat zou de doden wakker maken, zei hij. En mijn grootvader vertelde dat ze toen ineens iets zwarts zagen lopen, ene schim of zo, en ze hebben dat nooit meer gedaan. Ze durfden zelfs niet meer naar het kerkhof gaan. Maar dat zijn geen heksen hé, daar help ik u niet mee hé. Liesbeth:Dat is niet zo erg.
Beschrijving
Enkele jongens gingen 's avonds voor de grap uitgeholde bieten met kaarsen op de graven van het kerkhof zetten. Toen de pastoor dat te weten kwam, werd hij heel boos. Hij zei dat men dat niet mocht doen, want dat de doden anders wakker zouden worden. Op een nacht zagen de jongens een zwarte schim over het kerkhof lopen. Sindsdien durfden ze geen bieten meer op de graven zetten.
Bron
L. Dreessen, Leuven, 2002
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (groot-bilzen)
11h
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bilzen   
