Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KERAR0201_0201_16758 - Vrouw door heks betoverd

Een sage (mondeling), 1966

Hoofdtekst

a) Macht van heks. Vroeger maakten ze van die ketentjes om naar Haezebrouck te doen, aan zovele de meter. ’t Was in mijn ouders huis smesse in Dikkebus. ’t Kwam daar altijd een wijf in huis, Mance Lamare, den ene keer kwam ze bij de stove, den andere keer bij wat anders, altijd met een bescheten commissie (dwaze vraag of opdracht). "’k Gaan een keer binnen gaan”, zegt ze, "’k gaan een keer kijken bij ’t meisje, als ’t meisje werkt”. "Ja”, zegt vader alzo al werken, "gaat gij maar binnen”! En al binnen komen slaat ze op mijn schoere. Als ze dat doen hebt je het zitten, maar als je hoger kunt dan zij, je hebt niets vast. Maar ik had het vast. En zegt ze alzo: "En gaat ge dan daarmee naar Haezebrouck”? Ik zeg van ja. "Ik gaan om geld te trekken van mijn werk. Ze trekken dat daar per meter en als het breekt zijt ge in fout, ’t is een défaut”. "Ja”, zegt ze, "’k zien ik dat je werk niet juist is, dat gij dat gaat weerhebben”. Ik zeg: "Ja, ik heb het nog nooit weer gehad, ’t zou moeten nu zijn”. Een dag of twee, drie daarachter, ‘k gaan naar Haezebrouck met mijn maten, met ons werk. Ja maar, ik kreeg het allemaal weer. Ze vraagt toen tegen mij: "En zijt ge niet ziek van dat te doen”? Ja maar, ‘k heb veertien dagen, ik moeten zeggen drie weken daar gelegen in mijn bed, ziek en al mijn werk daar liggen. Alles door dat vrouwmens. ‘k Gaan dat heel mijn leven zeggen. Ik zeggen dat tegen vader en zegt vader: "’t Is raar werk, me zouden wel een keer naar de paters gaan, ik heb al veel gehoord van Mance Lamare”. Er moest een ding liggen over de poort van de smesse en ’t waren vier travalje voor de paarden te beslaan en ’t was geen een paard die kon beslagen zijn, ’t ging uit de travalje breken, dta vader zo een rooi (last) had. b) Afweermiddel - macht van de geestelijken Vader gaat naar de paters en hij doet dat uiteen. Een paasnagel onder de voordeur, toen onder de smessedeur. Je moet een dubbele leggen in je travalje, zei pater Smetje tegen vader als hij dat uiteen deed. Vader had dat mee. Ze komt aan de voordeur, ze kon niet binnen. We moesten niet meer vragen wat dat het was. "Hewel”, zegt de pater, "’k ga ze wel vast hebben”! c) Ontmaskering van de heks "Ik kan niet binnen Henri”, zegt ze, "ik kan niet binnen, wel wat is dat? Houdt gij de zot met mij”? "Met niemand houd ik de zot”, zegt vader, "maar je gaat het tegenkomen hetgeen je hier doet! Me hebben al gehoord van je op den hoek hier, op de "Muilekruise”, je gaat het wel tegenkomen”. Ze heeft alleszins zes maanden in haar nest gelegen, helegans lam. We hebben niets meer gehad. De paarden kwamen binnen en ’t roerde geen een meer. Maar vroeger was dat geen doen, die paarden smeten hun poten op en vader kon ze niet beslaan. Dat heeft geëindigd met de geestelijken te komen. Ze zegden rechtuit: "We hebben rooi (last) om binnen te geraken, ’t groot gespuis heeft hier gekomen”. Dat was een droeve oude teef.

Onderwerp

SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste    SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   

Beschrijving

Een smid kreeg vaak bezoek van een vrouw die hem dwaze vragen stelde of pietluttige opdrachten gaf. Op een dag gaf de vrouw de meid van de smid een schouderklopje. De meid was bezig een ketting te maken om die in Hazebroek per meter te verkopen. Als de ketting brak, kon men ze niet verkopen. De vrouw sprak tot de meid: "Ik zie dat je het niet goed hebt gedaan; je zal je ketting terugkrijgen. Word jij niet ziek van dat allemaal te doen?". Daarop antwoordde de meid: "Ik heb mijn werk nog nooit teruggekregen". Toen de meid enkele dagen later naar Hazebroek ging, kreeg ze al haar werk terug. Daarna lag de meid wel twee of drie weken ziek in haar bed. De smid slaagde er bovendien niet meer in een paard de beslaan, want de dieren waren heel onrustig in de smederij. Nadat het meisje alles aan haar vader had verteld, ging de vader naar de paters. De geestelijken raadden de man aan om een paasnagel onder de voordeur en onder de deur van de smederij te steken. In het gareel waar de paarden werden gezet wanneer ze beslagen werden, moest men een dubbele paasnagel leggen. Toen de heks twee dagen later op bezoek kwam, geraakte ze niet binnen in het huis of in de smederij. "Wel", sprak de heks tot de smid, "probeer je me een poets te bakken? Ik kan niet binnen" De smid antwoordde: "Voor wat je ons hebt aangedaan, zal je wel gestraft worden!" Zes maanden lang heeft de heks verlamd in haar bed gelegen. Daarna had men geen problemen meer in de smederij.

Bron

K. Erard, Leuven, 1966

Commentaar

2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
15
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Vlamertinge    Vlamertinge   

Plaats van Handelen

Hazebroek    Hazebroek