Hoofdtekst
Een man kwam biechten bij de pastoor, maar had moeite om te beginnen.
"Zeg het maar gerust," zei de pastoor.
Schoorvoetend begon de man: "Ik had in de oorlog een onderduiker."
"Maar dat is toch juist heel edel?" vroeg de pastoor verbaasd.
"Ik vroeg hem geld voor kost en inwoning," bekende de man.
De pastoor: "Nou ja, jij hebt ook je kosten, zo vreemd is dat toch niet?"
De man: "Maar ik heb hem nog steeds niet verteld dat de oorlog voorbij is."
"Zeg het maar gerust," zei de pastoor.
Schoorvoetend begon de man: "Ik had in de oorlog een onderduiker."
"Maar dat is toch juist heel edel?" vroeg de pastoor verbaasd.
"Ik vroeg hem geld voor kost en inwoning," bekende de man.
De pastoor: "Nou ja, jij hebt ook je kosten, zo vreemd is dat toch niet?"
De man: "Maar ik heb hem nog steeds niet verteld dat de oorlog voorbij is."
Beschrijving
Een man gaat biechten bij de pastoor. Hij heeft een onderduiker die hij kost en inwoning laat betalen. Hij heeft hem nog niet verteld dat de oorlog voorbij is.
Bron
E-mail
Commentaar
28 april 1999
Verteller heeft de mop gehoord van de vader van haar partner. Deze had hem weer van een collega.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20