Hoofdtekst
Moeder moeste ieder nacht opstaan. Vader wiste niet dat ze alle nachten rond ten twaalven weg was. Als ze werekeerde vroeg ze hoe dat dat kwam dat hij haar nooit niet hielp. "Ik moete alle nachten rondwandelen op ’t hof". Daags nadien was dat weerom ’t zelfde. Ze lieten ne keer ’s navonds de schuttels staan. Moeder was were naar buiten zonder dat vader ’t wiste. Almetnekeer werd hij wakker doordat hij geruttel hoorde beneên. Hij springt uit zijn bedde en pakt zijn gewere dat altijd nevers hem stond. Hij zag nog juiste een hond over d’hage springen. Hij schoot en hij hoorde den hond janken. Daarachter is ze nooit niet meer moeten opstaan. ’s Anderendags zagen ze nog in de petattegrippe waar dat dienen hond geklauwd had.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Een vrouw moest iedere nacht opstaan omstreeks twaalf uur omdat ze gedwongen werd om rond te lopen op het erf. Op een nacht werd haar echtgenoot wakker toen de vrouw weg was. Hij nam zijn geweer en schoot naar een hond die hij nog net over de haag zag springen. Na dat voorval is de vrouw 's nachts nooit meer moeten opstaan. De volgende dag waren de voetsporen van de hond nog in het aardappelveld te zien.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (houtland)
268
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Veldegem   
