Hoofdtekst
We hadden ne keer bij nonkel Cyriel geweest en als we weer kwamen zaten er daar op ons trappen al iedere kant te krabben dat heel de muur bekrabd was! En w’en dorsten bekanst niet binnengaan. Maar als we dan toch in de keuken waren, zaten alle vijf ons katten in de vloer rond een schotel t’eten. En we riepen: “Hoe komt dat, al ons katten zijn hier!” En als we gingen kijken waren z’alle drie weg zelle, die katten. Dat was toch iet aardig hé.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Enkele mensen die terugkwamen van een bezoek aan hun oom, zagen drie katten op de trappen van hun huis zitten. De katten zaten de hele tijd aan de muur te krabben, zodat de mensen bijna niet binnen konden. Toen ze binnen waren, stelden ze vast dat hun vijf katten op de grond rond een schotel zaten te eten. De mensen begrepen er niets van en gingen weer naar buiten. De drie katten die daar hadden gezeten, waren verdwenen.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (denderstreek)
190
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Voorde   
