Hoofdtekst
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een tovenaar ging samen met zijn vrienden naar de kerk. Die man kon het horloge uit de broekzak van zijn vrienden halen zonder dat ze daar iets van merkten.
Op een dag kwam de man met zijn vrienden terug van de kermis in Molenstede. Op de Appelweg sprak de tovenaar tot zijn vrienden: “Jullie moeten niet schrikken. Ik ga twee mannen vanop de Wevenberg naar hier laten komen en vervolgens weer laten teruggaan”. Even later zagen de mannen twee boeren de Wevenberg beklimmen en naar hen toe komen. Nadat de boeren eens rond de mannen hadden gedraaid, gingen ze terug naar de Wevenberg. Onderweg kwamen de mannen in het Testelts broek bij een wegverzakking waar een plas water van enkele centimeters diep stond. De tovenaar sprak tot zijn vrienden: “Ik ben er zeker van dat één van ons tot aan zijn knieën in het water zal springen”. Eén van de mannen werd inderdaad tot aan zijn knieën nat.
Op zeker ogenblik zei de tovenaar: “Ik moet nu langs hier door het broek gaan. Gaan jullie maar langs de weg. Maar ginds bij het kapelletje zullen we wachten op elkaar”. Zodra de tovenaar was verdwenen, renden de vrienden snel naar het kapelletje. Toen ze daar aankwamen, stond de tovenaar daar al te wachten. Hij was bovendien niet nat, hoewel hij door het broek had gelopen.
Die tovenaar bezat een slecht boek waaruit hij zijn toverkunsten leerde. De moeder van de tovenaar heeft het toverboek meermaals in de oven gegooid, maar het wilde niet branden.
De man kon geen vriendin krijgen. Uiteindelijk is hij naar Luik verhuisd.
Op een dag kwam de man met zijn vrienden terug van de kermis in Molenstede. Op de Appelweg sprak de tovenaar tot zijn vrienden: “Jullie moeten niet schrikken. Ik ga twee mannen vanop de Wevenberg naar hier laten komen en vervolgens weer laten teruggaan”. Even later zagen de mannen twee boeren de Wevenberg beklimmen en naar hen toe komen. Nadat de boeren eens rond de mannen hadden gedraaid, gingen ze terug naar de Wevenberg. Onderweg kwamen de mannen in het Testelts broek bij een wegverzakking waar een plas water van enkele centimeters diep stond. De tovenaar sprak tot zijn vrienden: “Ik ben er zeker van dat één van ons tot aan zijn knieën in het water zal springen”. Eén van de mannen werd inderdaad tot aan zijn knieën nat.
Op zeker ogenblik zei de tovenaar: “Ik moet nu langs hier door het broek gaan. Gaan jullie maar langs de weg. Maar ginds bij het kapelletje zullen we wachten op elkaar”. Zodra de tovenaar was verdwenen, renden de vrienden snel naar het kapelletje. Toen ze daar aankwamen, stond de tovenaar daar al te wachten. Hij was bovendien niet nat, hoewel hij door het broek had gelopen.
Die tovenaar bezat een slecht boek waaruit hij zijn toverkunsten leerde. De moeder van de tovenaar heeft het toverboek meermaals in de oven gegooid, maar het wilde niet branden.
De man kon geen vriendin krijgen. Uiteindelijk is hij naar Luik verhuisd.
Bron
A. Schoolmeesters, Leuven, 1977
Commentaar
2.2 Tovenaars
brabants (nieuwrode en omstreken)
20D
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nieuwrode   
Plaats van Handelen
Testelts broek   
Appelweg (Molenstede)   
Molenstede   
Wevenberg (Molenstede)   
