Hoofdtekst
En dan ze trokken an de paster’s belle. En de paster zei “’k wit zoenders wien dat ’t is. ‘k Zoen wiln weten wien dat ’t is.” En ’s anderendaags ’s nuchtens e stoeg dao nog.
Onderwerp
SINSAG 0666 - Zauberer bannt an den Ort.   
Beschrijving
Bij de pastoor kwam altijd iemand aanbellen, die vervolgens snel wegliep. "Ik zou toch eens willen weten wie dat is", zei de pastoor. Toen de grapjas weer eens kwam aanbellen, moest hij blijven staan tot de volgende ochtend.
Bron
S. Van Bael - Lehouck, Leuven, 1969
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (bachten de kupe)
593
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Steenkerke   
