Hoofdtekst
Bie Metje, ’t kwam oltied ’n vrouwe, wovan da’n ze zeien da z’n twa koste. De zeune had ’n bustel (borstel) over de zulle (stoep) geleid. Da was ’n kruus. Da vromens zei: "’k Moen nor huus”. Metje zei: "Go gie mo, ’t hoedt je niemand tegen”. Ze zei da wel drie keren. Metje zei: "Nè, wien èt er die bustel nu over de zulle geleid”? en ze deed hem weg. En da vromens was direct buten.
Beschrijving
Bij een gezin kwam vaak een vrouw op bezoek over wie men vertelde dat ze over bijzondere krachten beschikte. Op een dag had de zoon een borstel dwars over de dorpel gelegd. Toen de al driemaal had gezegd: "Ik ga naar huis", merkte de vrouw des huizes de borstel op en zei: "Maar wie heeft die borstel nu op de dorpel gelegd!" Zodra de vrouw de borstel had weggenomen, kon de heks naar buiten. De borstel vormde namelijk een kruis met de dorpel.
Bron
C. Dewaele, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (oostkust)
373
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zeebrugge   
