Hoofdtekst
De mensen om korenwormen te doen weggaan, zeiden dat ge moet rond dat stik gaan en lezen en kruisjes maken. Maar dat wijf van wie dat ik vertel, koste die korenwormen ook verzenden. Ze deed een toer rond den akker en ze verzond ze, dat ze naar de kant van de strate al in ’t gers gongen. Maar om kwaad te doen, ’t moeste binst den nacht gedaan zijn, ze koste die korenwormen verzenden op een andermans zijn land waarmee dat ze in kwestie (ruzie) waren. Op een nacht, ze hadde gegaan om dat te doen, om ze te verzenden op een anders zijn land, met wien dat ze in kweste waren, maar ze sprong over een dijk (gracht) en ze zag twee lelijke beesten weglopen. Het waren geen honden noch katten, ze wist het niet. En zegt ze noch nu noch nooit, nu gaan ik nooit niets meer doen voor niemand. Dat was ook een toverege van Wulvergem. Heur meisje woont hier nog. Z’hadden zieder boeken.
Beschrijving
Om korenwormen te doen verdwijnen, moest men rond het aangetaste veld lopen en kruistekens maken. In Wulvergem woonde echter een toveres die de wormen naar een ander veld of naar de kant van de weg kon sturen door 's nachts rond het aangetaste veld te lopen. Toen die toveres op een nacht korenwormen had gestuurd naar het veld van iemand met wie de boer ruzie had, zag ze twee lelijke beesten weglopen, die er noch als katten, noch als honden uitzagen. De toveres besloot nooit meer iets dergelijks te doen.
De vrouw bezat boeken.
De vrouw bezat boeken.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (ieper)
45
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Wulvergem   
