Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

PHEND0218_0219_30739 - Toveressen hadden alles op tafel

Een sage (mondeling), 1959

Hoofdtekst

Toveressen hadden alles op tafel.Moeder en dochter die alleen woonden in een lemen hut met een rampzalige tafel en haard. Op de tafel sterke dranken en eten zoveel ze wilden en hetgeen dat ze geern hadden. De dochter had kennis gemaakt. Hare vent kwam al verschillende maanden in huis en iedere keer was hij nijg (zeer) verwonderd vanwaar dat alles kwam. Zonder werken hadden ze dat allemaal. Op den duur vroeg hare vent vanwaar het allemaal kwam. Ze gingen apart in een plaats en bespraken of ze er iets zouden van zeggen en ze kwamen overeen om de jongen op de hoogte te brengen. Ze zegden hem: “Als ge op een tobben zit, zal de duivel aan u aanhangen en zal uw hart hebben hetgeen het begeert.” De jongen zette zich op de tobben. De oude vrouw begost te lezen uit een groot boek en ze kost niet lezen maar het was een boek van den duvel. Opeens werd hij gewaar dat het kribbelde aan zijn achterste. Hij betrouwde het niet en sprong op. Hij gaf een grote stamp mee zijn voet dat de tobben omvervloog. Tot zijn verwondering kwam er een mol uit. Nu wist hij dat hij in een huis was waar dat de duvel meester was en hij is naar huis gelopen achter wijwater en pallemei (palmtak) en hij heeft het huis er mee besproeid. De moeder en haar dochter begosten te huilen. De jongen heeft het huis verlaten en is er nooit meer binnengeweest.

Beschrijving

Een moeder en een dochter woonden alleen in een armzalig lemen hutje. Op de tafel stonden heerlijke spijzen en dranken in overvloed. De vriend van het meisje, die al enkele keren in huis was geweest, verwonderde zich over die overvloed. De moeder nam haar dochter even apart en samen besloten de vrouwen de jongen op de hoogte te brengen. Ze spraken tot hem: “Als je op een tobbe zit, zal de duivel je aanhangen en zal je alles hebben wat je hart begeert”. Toen de jongen op een tobbe ging zitten, begon de oude vrouw in een groot boek te lezen. Ze kon normaal gezien niet lezen, maar met dit boek van de duivel lukte dat wel. Toen de jongen iets aan zijn achterste voelde kriebelen, sprong hij recht, schopte tegen de tobben en zag een mol tevoorschijn komen. Hij besefte dat de duivel in dat huis heerste. Hij liep naar buiten en besprenkelde het hele huis met een palmtakje dat hij in wijwater had gedoopt. Daarop begonnen moeder en dochter te huilen. De jongen verliet het huis en is er nooit meer binnen geweest.

Bron

P. Henderickx, Leuven, 1959

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (tussen schelde en dender)
238
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Lede    Lede