Hoofdtekst
Naar (te) Winnezele, ’t waren menschen en de man ging rond om stoelgeld, en z’hadden een kinnige (kindje) en ’t kreesch ook ossan. En hij heeft dat verteld aan de paster en de paster gaf een medalie en hij zei: “Als ze vraagt om binnen te komen, je moet “nee” zeggen”. O je zou “ja” zeggen, ze zou binnenkommen. Maar z’en heeft nooit meer binnen gekund.
Beschrijving
Een moeder wiens kind de hele tijd huilde kreeg van de pastoor een medaille. De geestelijke gaf haar bovendien de raad om een vrouw die vroeg of ze mocht binnenkomen, niet binnen te laten. Dat was de heks.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (franse grens)
330
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bambeke   
