Hoofdtekst
Van bokkenrijders werd er toen ik jong was veel verteld. Deze sprongen u op den rug en dan moest gij hen dragen uren en uren ver dat het zweet u over ’t lijf liep, en gij mocht er niet mee door ’t karspoor gaan. Mijn grootvader heeft zeven jaar lang de postwagen gevaren van Hamont naar Lille. Zekeren dag had hij ook iets met een bokkenrijder aan de hand. Het paard wou plots onderweg niet meer vooruit. Grootvader zweepte erop, doch het hielp niet. Plots schudde het paard zich en schoot vooruit. Grootvader keek eens achter zich en zag daar nog juist een soort beest dat op een hond geleek, wegloopen.
Beschrijving
bokkenrijders sprongen voorbijgangers op de rug en lieten zich dragen tot hun slachtoffer helemaal bezweet was. Een man die met de postwagen van Hamont naar Lille reed, schrok toen zijn paard opeens niet meer verder wilde. Toen het paard plots vooruit schoot, zag de man achter zich nog net een vreemd dier weglopen, dat op een hond leek.
Bron
D. Truyen, Leuven, 1946
Commentaar
limburgs (noorden)
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hamont   
Plaats van Handelen
Hamont   
Lille   
