Hoofdtekst
Ik was eens te Gelinden geweest en tegen het kerkhof,- ik dacht dat het vandaar kwam, maar ik zag niets,- daar hoorde ik de schoonste muziek. Ik mag niet op O.L.Heer zweren, maar zo waar er een Lievenheer in de hemel is, heb ik dat daar gehoord en het was zo schoon dat ge het nog nooit gehoord hebt van uw leven. En daar was een zang bij, in 't Latijn zal dat geweest zijn, ik verstond er niets van, maar het was toch zo schoon dat ik een dag of drie daarna weer daarheen ging en het was weer daar. En een maand later was ik nog eens daar en 't was altijd hetzelfde en even schoon ook. Dat was iets wonders, voor mij moest het uit de hemel komen, het kon wel van de engelen zijn, de mensen konden dat zo goed niet. En elke keer als ik wegging, zag ik in 't veld daar een lichtje.
Onderwerp
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
Op een avond wandelde een man langs het kerkhof in Gelinden. De man hoorde er muziek, die zo wonderbaarlijk mooi was, dat hij er enkele dagen later opnieuw ging naar luisteren. De muziek leek wel door de engelen gemaakt. Telkens wanneer de man wegging, zag hij in het veld een lichtje.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
zuid-limburgs
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Engelmanshoven   
Plaats van Handelen
Gelinden   
