Hoofdtekst
'Bökemänneke' van Tongeren kwam in een huis hier wij(d)er. Dat kind kègde (= schreeuwde) altijd. Toen hebben ze het kussen opengesne(d)en en dat stak vol spalle (= spelden). Toen hebben ze e kruis voor de deur geleg(d) en he is doodgevallen. Dat kind was van zijn koi haand (= kwade hand) geraak(t) gewees(t). Nu is het groot, - de man leef(t) nog - hij he(ef)t één oog toe, zje he(b)t hem misschien al gezien.
Onderwerp
SINSAG 0531 - Peinhexe quält einen Menschen mit einer Puppe, in welche sie Nadeln steckt.
  
Beschrijving
In Tongeren had men een kindje dat altijd lag te huilen. Het kind was geraakt door de kwade hand van Bökemänneke, die het kussen van het jongetje vol spelden had gestoken. Nadat de ouders van het kind een kruis voor hun deur hadden gelegd, is Bökemänneke doodgevallen.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (tongeren en omstreken)
906
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bökemänneke   
Naam Locatie in Tekst
Henis   
Plaats van Handelen
Tongeren   
