Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CDEWI0463_0463_32180

Een sage (mondeling), woensdag 15 april 1998

Hoofdtekst

22 N’ -Ja, wij moesten wij daar passeren met onze koeien,maar door den duur lacht ge daarmee hé, ah ja. Ja, die Leonie, waar dat die schoonzoon dat verteld heeft dat ze niet kon sterven, dat haar sletsen altijd vanzelf draaiden, allez, horen zeggen hé, want ...I -En zou ze dat zelf gedaan hebben of was dat de duivel of zo die haar kwam ...?22 -Dat was de duivel, Leonie was nogal ja, kom.I -En had ze zo misschien iets over haar wat de mensen deed denken?22 -Ah ja, die was zo eigenzinnig zo en die kon zo lopen lachen, allez kom zo ... (informant zoekt de juiste bewoordingen).I -Eigenaardig? Akelig?22 -Ja, ja.I -Wilt ge dat daarbij schrijven slibbergat of zo, dat ik dat niet vergeet? (lach)22 -Ik ga ik dat daar niet opschrijven, geef mij een papiertje ik ga dat daarbij steken.I -Ah, maar ge moogt op die kaart schrijven ze(hoor)!22 -Bah, nee, gij, hé?I -Ja, ja, dat mag dat is gewoon de kaart vanuit de Ariane (informatieblad van de gemeente).22 -Wacht ze, slibber, sl, ik kan kan niet goed schrijven, ge gaat het niet kunnen lezen, slibber.I -Slibbergat, en waarom heette dat slibbergat?22 -Wel, dat was hier allemaal trot, ‘t is daar nog altijd trot, vuil, met een smal baantje, dat zit hier vol bronnen, waterbronnen en dat is in de diepte hé en daarmee is dat altijd moore (modder), en wij noemden dat, allez, dat heet zo in ‘t slibbergat.I -En hebt ge nooit niet gehoord van watergeesten of dat er iets in die moore zou gezeten hebben, dat een mens daarin trok of?22 -Dat weet ik niet, ja, dat heb ik ook niet, ja die dat aantrekt hé, dat heb ik ook nog horen zeggen.I -Aantrekt? 22 -Wel dat als ge daarin gaat, dat ge daar niet meer uitgeraakt hé.I -Wel ja,hebt ge nooit zo niet gehoord dat de mensen zeiden : “Pas op!”, dat er daar zo ‘t een of het ander zat dat ...?22 -Wel, ik peis wel, dat dat daar de ding (de verklaring) van was, van ‘t slibbergat. Ge zult misschien niet al daar gaan, maar als ge al daar gaat, dat is effenaf, trot hé, want nu woont er daar een, een Van Den Berghe en die, ach jong, dat is daar moore en trot en ge kunt daar niet passeren en hij heeft zo honden lopen en dat heeft daar zo al ze (zijn) leven zo (vuil geweest), nu ook ze (hoor), d’er woont daar zo nog een kadee, die pluimt zo kiekens en dat is ook zo vuil, allez, zo hoe moet ik zeggen, iets abnormaal. Ge ziet gij dat zo niet meer, zo geen, maar daar is dat zo, in ‘t slibbergat dat ze zeggen. Maar uw pépé zal dat ook wel weten ze (hoor) en dat is hier thuns (dan) het Hof te Wassehove en dat is hier hé, hier de Hogeweg is dat en hier het slibbergat.I -Ja, want ik heb horen vertellen dat er vroeger waren die langs de Wassenhovestraat gingen, gewoon uit angst omdat ze wisten dat er in die barmen daar van de spoorweg dat ze daar altijd zaten om van, allez, ja, ook van die diegenen die op u sprongen ...22 -Ah ja, maar dat kan wel zijn!I -En dat ze daar ook altijd zo van die stalkaarsen zetten, sommigen zetten daar hun stalkaars en ‘s avonds dierven ze er zelf niet meer ...

Beschrijving

In een huis in Grotenberge woonde een vrouw over wie men vertelde dat ze met de duivel omging. Die vrouw gedroeg zich altijd nogal eigenaardig.

Bron

C. De Winne, Leuven, 1999

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (groot-zottegem)
22N'
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Grotenberge    Grotenberge   

Plaats van Handelen

Grotenberge    Grotenberge