Hoofdtekst
De Tempelheren zaten in ’t kasteel van ’t Drongengoed en op ne nacht waren ze verdwenen. Elder gebouw, elderen tempel, is verdwenen. Ze zeggen dat hij gezonken is. En dat gebouw heetigen ze ’t Bouwken. En d’er ligt een leegte (laagte) nu.
Onderwerp
SINSAG 1144 - Das versunkene Kloster; versinkt wegen der Schlechtigkeit der Mönche.   
Beschrijving
In 't Dongengoed woonden vroeger Tempeliers. In één nacht tijd zou dat kasteel met zijn bewoners zijn verzonken.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, 1963
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
468
fabulaat
Naam Overig in Tekst
't Dongengoed (Knesselare?)   
Dongengoed ('t) (Knesselare)   
Tempeliers (Knesselare)   
Naam Locatie in Tekst
Knesselare   
