Hoofdtekst
De boer wil zijn zeug laten dekken en maakt een afspraak met een andere boer wat verderop in de straat die een beer (mannetjesvarken) heeft. 's Morgens laadt de boer zijn zeug in de kruiwagen en rijdt haar naar de beer. Ze laat zich dekken en de boer rijdt haar in de kruiwagen weer naar huis. De eigenaar van de beer heeft gezegd dat als de zeug zich 's morgens heel vroeg in modder gaat rollen, dat het gelukt is. De volgende morgen heel vroeg kijkt de boer uit het raam, maar niets hoor! Dus laadt hij haar weer in de kruiwagen naar de beer, ze laat zich weer verwennen en de boer rijdt haar weer terug in de kruiwagen. Ditzelfde herhaalt zich de hele week en de boer begint het behoorlijk in zijn rug te krijgen.
Als hij de volgende morgen wakker wordt, zegt hij tegen zijn vrouw: "Kijk eens uit het raam of de zeug door de modder ligt te rollen."
Zijn vrouw kijkt uit het raam en zegt: "Nee, maar ze ligt al in de kruiwagen op je te wachten!"
(Op 11 juni 1999 toegezonden aan zijn zus Jeske van Dongen; op 21 juni 1999 ontvangen van Jeske van Dongen)
Als hij de volgende morgen wakker wordt, zegt hij tegen zijn vrouw: "Kijk eens uit het raam of de zeug door de modder ligt te rollen."
Zijn vrouw kijkt uit het raam en zegt: "Nee, maar ze ligt al in de kruiwagen op je te wachten!"
(Op 11 juni 1999 toegezonden aan zijn zus Jeske van Dongen; op 21 juni 1999 ontvangen van Jeske van Dongen)
Beschrijving
Een boer brengt zijn zeug in een kruiwagen naar een beer om gedekt te worden. Ze wordt maar niet zwanger, maar gaat 's ochtends al in de kruiwagen liggen.
Bron
email
Commentaar
21 juni 1999
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20