Hoofdtekst
18I En die kunnen alles zien, want ik ken ene, en dat was zo ene, nee ik ga de naam niet zeggen… En daar kwam een man langs en die hadden zo wat zitten raisonneren (praten). En in ene keer zei die van dat huis dan: "Maar ik kan toch meer dan jij, wat ik kan, dat kan jij niet." "Allé, wat kan jij dan," zei die andere. En in ene keer zag die daar verschillende duvelkes en die begon die met zijn hand te strelen. (?)y Dat is straf.18I Ja, en dat is zo lang nog niet voorbij, dat die leefde en die zei dat: "Ik kan meer als jij." En die begon die kopjes gaan te strelen.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een man die over bijzondere krachten beschikte, kon duivels doen verschijnen en begon die duivels dan met zijn hand te strelen.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.2 Tovenaars
vlaams-brabants (groot-aarschot)
18I
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Langdorp   

