Hoofdtekst
26 En ‘k heb meegemaakt in Oostende, een jongetje, ...I Jaja.26 ... een visser, gauw, één die in zee ging ook. Eh, hij was vijftien jaar en ‘t was een messe [= een mis].I Ja.26 En ze droegen de ding [= de kist] binnen, met dat jongetje, dat binnengebracht en de moeder vroeg als ze nog een keer mocht haar zoontje zien.I Ja.26 Nè, die staat recht in zijn kist, hij leefde nog, en ik zat in de kerk, vent, en mijn mond viel open.I Ja, ‘t zal wel.26 Zeg, maar je moet dat nu een keer kijken, dat is ..., dat is een truc, hé. Neen, dat was ..., dat jongetje leefde nog. Je kan peizen [= denken], hoe dat dat dikwijls, als ze iemand begraven, ...I Jaja.26 ... dat ze denken dat ze dood zijn, hé.I Jaja.26 Maar ze zijn niet dood. Ja, ‘t ligt hier, er is hier een wûvetje [= vrouwtje], ze heeft al vier keer in coma gelegen en ze leeft nog, en ze heeft zo’n beentjes (toont de dikte van de benen tussen duim en wijsvinger). Gauw, hoe dat dat nog leeft.I Jaja.26 Allez, je zou dikwijls zeggen: "Hoe is ‘t mogelijk? Hoe is ‘t mogelijk?"I Jaja.26 Awel, en dat jongetje stond recht, en hij had juist [= enkel] een blauw hemd aan zo, lang, ...I Jajaja.26 Je weet wel, van die oude hemden van vroeger, hé.I Jajaja.26 Maar was dat daar een feest in die kerk. Hohoho!I Jaja, ‘t zal wel zijn, als er al met een keer ...26 De ene vloog daar rond de andere zijn nek, en ja, ja, ‘t was een ‘messe’ voor die jongen.I Ja.26 Maar dat was wat, wè.
Beschrijving
In Oostende werd een vijftienjarige visser begraven. Toen de moeder bij het binnendragen van de kist haar zoon nog even wou zien, ging de 'dode' rechtop in zijn kist zitten. De jongen leefde nog.
Bron
W. Bode, Leuven, 2001
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (blankenberge)
26HH
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Blankenberge   
Plaats van Handelen
Oostende   
