Hoofdtekst
Een kapotte auto en slecht weer zijn er de oorzaak van dat een handelsreiziger onderdak moet vragen bij een boerderij.
"Kom binnen," zegt de boer, "altijd leuk een gast te hebben, we hebben maar een bed voor mijn vrouw en mijzelf, maar je kan er best bij."
Als ze naar bed toe gaan kijkt de handelsreiziger even verwonderd: hij mag naast de boerin, terwijl de boer aan het voeteneind gaat liggen. Als de boer slaapt begint de handelsreiziger de boerin te bevoelen.
Hij streelt haar borsten en vraagt: "Wat zijn dat?"
"Dat zijn mijn borsten," fluistert de vrouw.
"En wat is dit?"
"Dat is mijn navel."
"En wat zijn dit?"
"Dat zijn mijn heupen."
"En wat voel ik hier?"
"Dat," zegt de stem van de boer, "is mijn voet, en die blijf ik daar houden zolang jij in dit bed ligt."
(Op 11 juni 1999 toegezonden aan zijn zus Jeske van Dongen; op 21 juni 1999 ontvangen van Jeske van Dongen)
"Kom binnen," zegt de boer, "altijd leuk een gast te hebben, we hebben maar een bed voor mijn vrouw en mijzelf, maar je kan er best bij."
Als ze naar bed toe gaan kijkt de handelsreiziger even verwonderd: hij mag naast de boerin, terwijl de boer aan het voeteneind gaat liggen. Als de boer slaapt begint de handelsreiziger de boerin te bevoelen.
Hij streelt haar borsten en vraagt: "Wat zijn dat?"
"Dat zijn mijn borsten," fluistert de vrouw.
"En wat is dit?"
"Dat is mijn navel."
"En wat zijn dit?"
"Dat zijn mijn heupen."
"En wat voel ik hier?"
"Dat," zegt de stem van de boer, "is mijn voet, en die blijf ik daar houden zolang jij in dit bed ligt."
(Op 11 juni 1999 toegezonden aan zijn zus Jeske van Dongen; op 21 juni 1999 ontvangen van Jeske van Dongen)
Beschrijving
Een gestrande handelsreiziger mag bij boer en boerin slapen. De boer waakt echter over zijn vrouw.
Bron
email
Commentaar
21 juni 1999
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20