Hoofdtekst
y2 Maar Irma heeft wel gezegd dat Fons die hond ooit ook gezien had. En dat Fons nochtans in niks geloofde van die dingen.23 In niks geloofde nee, nee. Ja, dat heeft ze dikwijls verteld. Ons moe vertelde dat ook maar. En dat hun vader of hun nonkel van haar ook naar Brussel, naar de markt; geweest was. En die had een schone blauwe (zakdoek) in ene zijn tes (zak) zien steken en die had dat gepikt. En als die thuiskwam deed die dat open en daar zat een manneke in met een zwart … Een doosje in met een zwart manneke in, een duiveltje. En dat sprong op zijn schouder en hij moest die dragen. En dat was de duvel. Dat was haar vader niet, maar een nonkel van haar of ene die in de geburen (buurt) woonde, dat weet ik nu ook niet meer. y2 En waar haalde zij die verhalen dan?23 Allemaal van haar moeder en wat zij meegemaakt had, zei ze. Ja maar, ons moe is tachtig jaar geworden en ze is in de dertig jaar dood, dat is iets van honderd jaar terug. y2 Irma wist dat toch nog, die zei dat die daar heel graag naartoe gingen, gewoon maar om te luisteren.23E We hebben recht over Irma gewoond, ik. En dan kwam ons moe ’s avonds altijd naar mij en dan lagen wij op de kant. En dan was ons moe maar van heksen en spoken aan het vertellen. En van Del van de Dobbele zei ze dat dat ook een heks was. Als er iever (ergens) een kindje geboren werd, dat die daar heen ging voor dat te beheksen. En dat ze van de pastoor iets moesten onder … Een stuk palm of iets gewijd dingen onder de dorpel steken en die kon daar niet meer over. En die vloog op de venster, zo met haar handen, zei ze. Als ik dan al geboren werd, en ons mannen dan vroeger. En daar was altijd met die kindjes iets. Dan wilden die niet eten en dan schreeuwden die en dan moest ze daar boete voor houden. En allé, Del kwam die beheksen.y2 En dat was ook een van Langdorp dan?23E Dat was een die heeft recht tegenover ons gewoond, die heb ik nog gekend. y2 Was dat die dan die die zoon van Irma ook?23E Nee, dat was een ander.y2 Want die was ouder.
Beschrijving
Een man die terugkwam van Brussel, had in iemands zakdoek een mooie blauwe zakdoek zien zitten. De man stal de zakdoek, waarvan hij niet wist dat er een doosje met een zwart mannetje in zat. Het duiveltje sprong op de schouder van de man en liet zich dragen.
Een heks uit Langdorp probeerde altijd in de buurt van pasgeboren kindjes te komen. De pastoor gaf de mensen de raad om een gewijd palmtakje onder de dorpel te steken omdat heksen daar niet overheen konden.
Een heks uit Langdorp probeerde altijd in de buurt van pasgeboren kindjes te komen. De pastoor gaf de mensen de raad om een gewijd palmtakje onder de dorpel te steken omdat heksen daar niet overheen konden.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
3.1 Duivels
vlaams-brabants (groot-aarschot)
23E
Zeker honderd jaar geleden, aldus de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Del van de Dobbele   
Naam Locatie in Tekst
Langdorp   
Plaats van Handelen
Brussel   
Langdorp   
