Hoofdtekst
V.P. uit Waterlooze kwamp hier van de weke, en dat kwam ter sprake van Adèle: “Oh, ze zhijn, een ouw toveresse! Alle malheuren hebben we door haar in onze stal g’had; en mijn vader willegen ze ne keer buitensmijten, zei hij, en ze willegen ook altijd ’t een en ’t ander hebben.” En z’hadden ook bij de paters geweest, en de paters hadden gezeid: “Ziet als ze komt dagge haar niet en geeft!” En dat heeft dan ook gedaan geweest.
Beschrijving
Op een boerderij had men veel ongeluk in de stal door toedoen van een toveres. De man gooide de toveres buiten en ging naar de paters, van wie hij de raad kreeg om de vrouw voortaan niets meer te geven wanneer ze iets kwam vragen.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
365
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Steenhuize-Wijnhuize   
