Hoofdtekst
Ik heb mijn ma haar zuster het volgende horen vertellen. Die oudste dochter haar kind heeft de eksessen gehad. En ze wilden hebben dat ze ook betoverd was. De pastoor is dat gaan aflezen. Dat was een vrouwmens die in de buurt woonde en ze had geroepen : „Kom maar binnen". Dat vrouwmens was binnen geweest en daarna was dat kind zo slecht geworden. En ze zeiden dat het daarvan was. En er mocht niemand bij als de pastoor dat aflas, want hij zag er erg van af. Ze zweten daar erg van.
Beschrijving
Een moeder wiens oudste dochter aanvallen kreeg, geloofde dat haar kind betoverd was en liet de pastoor komen om het meisje te overlezen. De schuldige was een buurvrouw. De moeder had die toveres een keer uitgenodigd om binnen te komen in haar huis. Daardoor zou alles begonnen zijn. Terwijl de pastoor bij het meisje was, zweette hij erg en mocht niemand hem gezelschap houden.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
61B
Moeder en tante van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ename   

