Hoofdtekst
En nu da’s echt waar, want dieje vertelde me da zelf veurda ik goe zo blijve juffra, was da juffra. En dieje kwamp mee een kaske rond mee spelle en blink en alles. Gemoord, gebrand, alles had hem gedaan en nu zal ik eens beginne in ’t begin. Hij haalde de was vanne mense vanne draad en as de vrallie de koei inne wei dede, do gink hem henne en die joeg hem de schrik op ’t lijf. En al wat hem kost stele bij de boer, da namp hem mee. En hij gink mee de nacht bij de boere inne schuur slape. En hij sliep in da stroewei (stro) en dan kwamp ’s nachts den duvel bij hem en toen wir hem bang. Hij gink no Averbode veur hem te bekere en hij hee zoe lang no Averbode gegaan tot ze eindelijk vergiffenis schonke. Maar eer dat hem vergiffenis kreeg had hem veul moete afzien want de duvels kwame hem ’s nachts in kettinge legge en da’s waar geweest want da heet hem zelf tege mij gezegd. Want veul nachte zijn de duvels do bij geweest en was da hij nie moete bidde hee, da’s niet te zegge.
Onderwerp
SINSAG 0917 - Teufel (in Tiergestalt) erschreckt Sünder (Fluchende, Holzdiebe, Sonntagsschänder oder Spötter).   
Beschrijving
Een man joeg de vrouwen in de weide de stuipen op het lijf en haalde het wasgoed van de lijn. De man had zich zelfs schuldig gemaakt aan ernstiger zonden, zoals moord en brandstichting. Toen de zondaar op een nacht bij een boer in de stal lag te slapen, kreeg hij bezoek van de duivel. De man was zo geschrokken, dat hij de volgende dag naar Averbode ging om zich te bekeren. De man heeft heel veel moeten bidden vooraleer de duivel hem met rust liet.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
3.1 Duivels
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
670
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tessenderlo   
Plaats van Handelen
Averbode   
