Hoofdtekst
En bij ons hen ze nog leernen (lederen) geld opgedolven. En ’t stond daar een ingemaakte kasse (kast) en z’hen daar ne pot mee leernen geld opgedolven. En ’t heet daar nog een kasteel gestaan en de pilaren staan nog in de grond aan Bulle, en da was in de Biezen en zij heetige Pieternelle Matthys en grootvadre heetige Pinnaert. Daar was datte.
Beschrijving
In de buurt van Eede zou men ooit lederen geld uit een inbouwkast hebben opgegraven. In de Biezen zou ooit een kasteel hebben gestaan.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, 1963
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
473
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eede   
Plaats van Handelen
Eede   
