Hoofdtekst
’t Wos dor e keer e mens die vroeg om slapinge en werk bij mijn broere die wunde in Lokern. Enne zei hij van ja, mor ne zag hij datten zukke schone handjes hadde en datten hij niet geweune wos van werken. Enne ging hem toen gon doen scheren o ’t viere wos. Enne vroeg otten dor mochte kommen slapen. En mijn broere zei van neen want ze dein ’s navonds late de deure niet meer open, zeiten. Enne ging hij weg. En ze lieten den hoend lopen up ’t hof. Z’an dor èn indelikschgen groten hoend. Enn’ed hij dor toene niet meer weregekommen. Mor ’s anderndaags ’s nuchtens hoorden ze dat de bende Pollet overol in den omtrek binnengebroken had.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Een man vroeg logement en werk bij een boer uit Lokeren. De zag aan de handen van de man dat deze niet gewend was te werken. Hij stond niet toe dat de man bleef overnachten en legde uit dat hij 's avonds niet meer opendeed voor vreemden. Op het erf van de boerderij liep een grote hond rond. De man is weggegaan en niet meer teruggekeerd. De volgende dag hoorde de boer dat de bende van Pollet op verschillende plaatsen had ingebroken.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
69A
Broer van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Pollet   
Pollet (bende van)   
bende van Pollet   
Naam Locatie in Tekst
Woumen   
Plaats van Handelen
Lokeren   
