Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

JASPE0085_0086_11674 - Kabouters opgeroepen door Duitse schaper werken voor de mensen. Ze willen niet beloerd worden.

Een sage (mondeling), 1958

Hoofdtekst

‘k Heb dat ton (dan) ook nog horen vertellen van een ouden hier, en dat was van kabouters. ’t Was hier een bende op een hof aan ’t werk, ze gingen ton (dan) azo (zo) in benden pettaten rapen, beten uitdoen en de deze waren bezig met erweten (erwten) trekken en ’t kwam azo zwart in ’t Westen, gelijk voor donder he, en ja; ze peisden van niet gedaan t’ hebben. En ’t was daar azo een bendebaas lijk dat ze zeggen en den deen zei: me (wij) gaan wieder (wij) hier niet gedaan hebben, en ’t passeerde daar een Duitse schaper en zegten tegen die bendebaas: “ Zou junder (gij) willen gedaan hebben?” “Van eigen (naturlijk) hé, zegten, me (wij) zijn anders niet betaald.” “Kijk, zegten, ‘k gaan dat een keer uiteen doen, wiene (wat) dat junder (gij) moet doen, maar je (ge) moejunder (gij) al doen wiene dan’k zegge (wat ik zeg)”. En ’t was een droge gracht langs dat stik (stuk land) en ze mosten daar allemale ingaan. En e (hij) zegt: ’t meug (mag) geen een ze kop uitsteken of kijken, zegten en in 10 minuten gaat ’t gedaan zijn. Je moe julder (gij) maar patience hebben voor 10 minuten. Die bendebaas peisde, ja, ’t gaat al gelijk op die 10 minuten niet komen, is ’t nieten (niets) ’t is ton nog maar leute (plezier). Zo, ze kropen zieder (zij) allemale in die gracht, geheel die reke (rij) he. En die bende baas zit azo te kijken op z’n horloge en as dat 9,5 minute was, e (hij) zegt voor ze (zijn) reden, ‘k gaan ik al glijk (toch) een keer loeren wien (wat) dat er daar eigenlijk gebeurt op dat stik en ne (hij) krijgt daar azo en grote lap (klats) tegen ze (zijn) kop datten rond droei (draaide) en je viel van ze zelven. Tegen datten were bij ze zelven gekomen was, die 10 minuten dat was voorbij en die Duitse Schaper was voors (voort) en ze volk stond al rond hen. En ze zeiden: wiene (wat) heb je gij eigenlijk al gezien en wiene ister gebeurd met joen (u)? N’hadde hij niet anders gezien of dat geheel dat land vol liep met kleine rooie ventjes, van e kloefe (klomp) hoge. En ’t was daar nog een stuk dat nog niet gedaan was, nog van een halve minute werk, voor die mannetjes he. Van asten (als) hij gekeken hadden, waren ze in een tak weg. ‘k Weten niet hoe dat den deen heette die dat vertelde, dat was in[één] die daaraan meegewerkt hadde, ne (hij) waster zelve bij, zeiten.

Onderwerp

SINSAG 0750 - Andere Zauberei.    SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   

Beschrijving

Enkele mensen die de erwten aan het oogsten waren, zagen in het westen een onweersbui aankomen en vreesden dat het werk niet tijdig klaar zou zijn. Plots kwam er een Duitse schaper voorbij, die de mannen wilde helpen. Ze moesten allemaal gedurende tien minuten in een droogliggende gracht gaan liggen en ze mochten onder geen beding kijken naar wat er zou gebeuren. Negen en een halve minuut later wilde de leider van de werkmannen toch eens kijken. Daarop kreeg hij echter een draai om zijn oren zodat hij flauwviel. Toen de man weer bijkwam, was de Duitse schaper verdwenen. De man beweerde dat hij allemaal kleine rode mannetjes op het veld had gezien.

Bron

J. Aspeslagh, Leuven, 1958

Commentaar

2.2 Tovenaars
west-vlaams (kamerlingsambacht)
31
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Duitse schaper    Duitse schaper   

Naam Locatie in Tekst

Nieuwpoort Bad    Nieuwpoort Bad