Hoofdtekst
Vastgepakt op de wagen.En ik was onderweg op de baan tegen Oorderen aan. En ik zit van veur op mijne wagen, want ik aai patatten gelaaien. En ze pakken me vast van veur in mijn benen. Ik kijk rond en ik zien niemand nie. Ik zeg: "Oh!", tegen me peerd. En ik spring van de wagen en ik zien niemand nie.
Beschrijving
Een man reed met zijn wagen vol aardappelen op een weg in de buurt van Oorderen. Opeens voelde de man hoe hij bij de benen werd gegrepen, hoewel er niemand te zien was. De man stapte van zijn wagen, maar zag niets.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
51
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Zandvliet   
Plaats van Handelen
Oorderen   
