Hoofdtekst
1: En ten tijde van die daar, van dat boek dat ik gelezen heb, van Theo: de eeuwige jager. Dat is eigenlijk een vogel. Maar dat was, dat was een kasteelheer. Ik heb dat boek gelezen hoor, dat was één die ging gaan jagen. ’t Was zijn vader of zijn moeder die ziek werd en die op sterven lag. En hij moest naar huis. En hij zei dat hij nog eerst een brok wild ging schieten. "Héwel", zeiden ze, "je mag blijven jagen en schieten", zeiden ze. Met zijn hond mee. En hij – de hond was Theo, en de ander was de eeuwige jager en je hoort hem zo, je hoort hem zo roepen, ik heb dat nog… , ik heb dat nog gelezen. Het was altijd: "Theo, Theo!" Dat was op zijn hond. En dat is gekomen in de beschrijving, er zijn daarvan boeken.X: Was dat hier ergens?1: Het was al deze kant. Er zijn er die zeggen – ik weet het niet hoor, of dat waar is, ik heb dat ook maar van horen zeggen – dat ze hem nog gehoord hebben rond het Couthof (Proven), die vogel.Y: Ja?1: Ja, hij heeft de grootte van een kip zeggen ze.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een kasteelheer die aan het jagen was, moest naar huis komen omdat één van zijn ouders op sterven lag. Toen de jager zei dat hij eerst nog een stuk wild wilde schieten, zei men: "Wel, je mag blijven jagen en schieten!" Sindsdien hoorde men de eeuwige jager zijn hond roepen met de woorden: "Theo! Theo!" Rond het Couthof (Proven) zou men de eeuwige jager gehoord hebben, die in de gedaante van een vogel kwam spoken.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (poperinge)
1B'
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Couthof (Proven)   
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
Plaats van Handelen
Proven   
