Hoofdtekst
Beschrijving
Een framasson was een vrijmetselaar die 's nachts met andere vrijmetselaars vergaderde. Tijdens dergelijke bijeenkomsten verscheen de duivel.
Een boerenknecht vertrok op sommige dagen van de week altijd op een welbepaald tijdstip van de avond. Op een dag vroeg een vriend hem waar hij toch altijd naartoe ging, waarop de knecht antwoordde: "Ga eens met me mee. Ga op mijn linkervoet staan". De vriend deed het en vloog met de boerenknecht naar een groot kasteel waar licht brandde. Het tweetal ging naar binnen en zag mannen met chique pakken en hoge hoeden. In dat kasteel verscheen de duivel op een troon. Eén van de mannen vroeg aan de vriend van de knecht of hij ook lid van de club wilde worden. Als hij dat wilde, moest hij met bloed zijn handtekening zetten. De jongen was echter niet dom en schreef "Jezus, Maria, Jozef" in plaats van zijn naam. Terwijl hij dat schreef, verdween het hele tafereel en viel hij met zijn achterste in een doornenhaag.
Een boerenknecht vertrok op sommige dagen van de week altijd op een welbepaald tijdstip van de avond. Op een dag vroeg een vriend hem waar hij toch altijd naartoe ging, waarop de knecht antwoordde: "Ga eens met me mee. Ga op mijn linkervoet staan". De vriend deed het en vloog met de boerenknecht naar een groot kasteel waar licht brandde. Het tweetal ging naar binnen en zag mannen met chique pakken en hoge hoeden. In dat kasteel verscheen de duivel op een troon. Eén van de mannen vroeg aan de vriend van de knecht of hij ook lid van de club wilde worden. Als hij dat wilde, moest hij met bloed zijn handtekening zetten. De jongen was echter niet dom en schreef "Jezus, Maria, Jozef" in plaats van zijn naam. Terwijl hij dat schreef, verdween het hele tafereel en viel hij met zijn achterste in een doornenhaag.
Bron
M.-J. Deraemaeker, Leuven, 1977
Commentaar
3.2 Vrijmetselaars
brabants (zuid-west)
169C
Vader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Maria   
Jozef   
Jezus   
Naam Locatie in Tekst
Lembeek   
