Hoofdtekst
Ene kameraad van mij(n) broer en mij(n) broer werden alle twee ziek. Ze treurden uit en gingen altijd samen permeneren (= wandelen). Eens maakten ze een akkoord dat die het joste (= eerste) dood was moes(t) zeggen komen wei (= hoe) het in den andere wer(el)d uitzag. De kameraad van mij(n) broer was jos (= eerst) dood. Mij(n) broer ging noa den andere kieken in zijn huis; het lich(t) was aan, mè weiter (= toen hij) inging, ging ineens het lich(t) uit. Mij(n) broer he(ef)t niemee dore (= durven) kieke gaan. Ze hadden een akkoord gemaak(t), mè wei (= toen) die terugkwam waster (= was hij) stijf vol schrik.
Onderwerp
SINSAG 0477 - Begegnung mit Geistern.   
Beschrijving
Twee zieke jongens spraken af dat diegene die als eerste zou sterven, de andere zou komen vertellen hoe het hiernamaals eruitzag. Toen één van de jongens was gestorven, ging de andere naar het huis van zijn dode vriend. In het huis brandde licht, maar zodra de vriend het huis betrad, ging het licht uit. De jongeman was daardoor zo bang dat hij niet meer durfde te gaan kijken.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
423
Broer van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nerem   
