Hoofdtekst
Iets uitlenen als ge in het kinderbed lag, dat ging niet. En de mensen waren daar voorzichtig mee, zulle. Als ze kwamen vragen: „Hoe is het ermee?", dan zei men: „Ze is nog altijd als van tevoren, over acht dagen zult ge ze al zien". Maar ge mocht er niet bijgaan. Die dagen dat ge daar lag, mocht ge niets uitlenen. Dat is nog de tijd van voor mijn moeder. Daar kwam toverij van, zeiden ze.
Beschrijving
Vrouwen die in het kraambed lagen, mochten niets uitlenen, want anders zouden ze betoverd kunnen raken.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
98N
Grootmoeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Blasius-Boekel   
