Hoofdtekst
Mijn vadre was nieverands (nergens) schauw (bang) van. Hij ging gaan werken in Sint Joris bij ne smed. Hij ha nog geen smesse hé. Achter de bane van Sint Joris naar Knesselare, allez langs Sint Joriskasseie woondige d’er veel volk. D’er gingen d’er nog naar kerke of kluize. D’er was daar nog ne geus die daar woondige. "Karle", zegt hij tegen mijn vadre "zoeje mij niet nen dag of dreie willen helpen?" Mijn moedre zei ’t senavonds tegen hem: "Ge moogt nie gaan Karle, ze zeggen dat het daar spookt." Diene smed twijfeldige (leidde) hem toch mee en moedre zei: "Karle, ge gaat zaterdagavond toch thuis zijn hé?" "Ja Jaak", zei hij. De zaterdagavond was mijn vadre nog nie thuis. ’t Wierd tiene, elve en de pastre kwam toe onzent. "Sofie, is Karle al thuis?" "Eh nee", zei moedre. Niemand dorst buitenshuis. ’t Was paster van Dooren. D’er was niemand te ziene. ’t Was elve en d’er wierd geklopt. "Karle, zijt ’t gij?" "Jaak, Sofie." "’k Meendige daje van ’t spook gepakt ware." "Ge zult er wel van horen." Meer zei hij niet. Een beetje d’erachtre kwamt den borremeestre (burgemeester) en zei: "Karle kom ne keer hiere." Vadre strooptige zijn broek aan. "Karle, ge het een goed werk gedaan; g’het hem dood geslegen maar ’t was nen tovenare. Hij ligt slecht. En de pastre wildige hem Ons heer niet geven voor dat da spook aan Karle vergiffenisse gevraagd had om al ’t kwaad dat gedaan was. Docteur Wille heet hem mee getrokken want hij wildige niet in het begin. En hij heet eerst aan mijn vadre moen vergiffenisse vragen. En dat hee Knesselare gered.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een smid die nergens bang voor was, werkte bij een andere smid in Sint-Joris-ten-Distel. Langs de Sint Joriskassei tussen Sint-Joris-ten-Distel en Knesselare woonden veel mensen die nooit naar de kerk gingen. Op een dag vroeg een geus aan de smid of hij hem niet enkele dagen wilde komen helpen. Van zijn echtgenote kreeg de man de raad om niet op het voorstel in te gaan; ze had immers gehoord dat het bij die geus spookte. De smid deed het echter toch.
Toen de smid op zaterdagavond weer thuiskwam, kreeg hij even later bezoek van de burgemeester, die zei: "X, je hebt een goed werk gedaan. Je hebt hem wel bijna doodgeslagen, maar hij was toch een tovenaar". Even later kwam de dokter de smid halen; de tovenaar kon namelijk niet sterven vooraleer hij aan de smid vergiffenis had gevraagd.
De dood van die tovenaar was de redding van Knesselare.
Toen de smid op zaterdagavond weer thuiskwam, kreeg hij even later bezoek van de burgemeester, die zei: "X, je hebt een goed werk gedaan. Je hebt hem wel bijna doodgeslagen, maar hij was toch een tovenaar". Even later kwam de dokter de smid halen; de tovenaar kon namelijk niet sterven vooraleer hij aan de smid vergiffenis had gevraagd.
De dood van die tovenaar was de redding van Knesselare.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, 1963
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
422
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Knesselare   
Plaats van Handelen
Sint-Joris-ten-Distel   
Sint Joriskassei   
Knesselare   
