Hoofdtekst
Hellewagen (= koets met paarden). Dolf G. kwam te onzen ne keer binnen en hij vertelde : “Gisteren avond heb ik toch aardig gevaren, ik kwam al de beke gegaan en almetnekeer rijdt er daar langs mij ne wagen met een koppel peerden, ik hoorde de peerden trampelen en de wielen botsen en het schoonste van al, ik en zag niets.” Jaja, dat heeft Dolf te onzen verteld en hij en zou er zeker niet om gelogen hebben.
Beschrijving
Een man die op een avond langs de beek naar huis kwam, hoorde naast zich een paardenkoets rijden. Hoewel hij het getrappel van de paarden duidelijk hoorde, was er vreemd genoeg niets te zien.
Bron
S. Bohez, Leuven, 1956
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (tussen leie en schelde)
463
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nokere   
