Hoofdtekst
I -Ja, misschien mag ik vragen stellen en dat ge dan om beurt vertelt als ge iets weet?42 -Ja, vraag maar. I -Van watergeesten, hebt ge daar nog niet van gehoord?II -Nee, nee.39 -Nee, nee.42 -Van wat?II -Van watergeesten. Dat is hier niet watergeesten.41 -Daar en hebben we niet van gehoord.I -En van kabouters en reuzen, weet ge daar iets af?39 -Nee. Kabouters? Nee, dat.I -En van een dwaallichtje?39 B -Een stalkaars. Dat maakten ze uit een beterave hé en ze zetten daar een kaars in en ze liepen daar mee rond, ah ja, voor de mensen schou te maken en al en dat is een stalkaars. Uit een beete hé, uit een beterave hé. Staat het erop?
Beschrijving
Vroeger maakte men stalkaarsen door een biet uit te hollen en er een kaarsje in te zetten.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
39B
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Strijpen   
