Hoofdtekst
Beschrijving
Een jongen ging zijn overleden vader groeten, die al in een gesloten doodskist lag. Omdat de jongen veel lawaai in de kist hoorde, liet hij die openmaken. Zo stelde men vast dat de man nog leefde.
Een moeder die tijdens de bevalling was overleden, werd begraven. Toen men een tijdje later de kist op het kerkhof moest opgraven, zag men dat de kist uiteen was gevallen en dat de vrouw aan de binnenkant met haar nagels had gekrabd. Ze was levend begraven.
Een moeder die tijdens de bevalling was overleden, werd begraven. Toen men een tijdje later de kist op het kerkhof moest opgraven, zag men dat de kist uiteen was gevallen en dat de vrouw aan de binnenkant met haar nagels had gekrabd. Ze was levend begraven.
Bron
S. Libaut, Leuven, 1999
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
brabants (gooik, lennik en omgeving)
23ZZ
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gaasbeek   
