Hoofdtekst
Ze was op en weg.Op de boerderij van Fleer (Fredericus) in de Bosstraat hadden ze den enen tegenslag op den anderen. Ze gingen om raad bij de pasters. Ze moesten ’s nachts om twaalf uren opstaan. Ze stonden op en de toveres zat op de vorst. ’t Was de boerin zelf. In de kelder stond er een potje mee vet. Ze wreef dat aan haar handen en ze was op en weg. Als er iemand dat potje verzet had, wist ze dat en kwaad dat ze dan was.
Beschrijving
Op een boerderij in de Bosstraat had men veel ongeluk. De mensen gingen de pastoors om raad vragen. Ze moesten om middernacht opstaan omdat ze dan de toveres zouden zien. Zo ontdekten de mensen dat de boerin zelf de toveres was. De boerin wreef haar handen in met vet uit een potje dat in de kelder stond. Als iemand dat potje had verplaatst, wist de boerin het altijd en was ze erg boos.
Bron
P. Henderickx, Leuven, 1959
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (tussen schelde en dender)
214
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oudegem   
Plaats van Handelen
Bosstraat   
