Hoofdtekst
Waar da mijn vaders familie woondige was er ook entwat (iets). En ze gingen naar de paters van Eeklo. Ze zeiden danze ’t senachts in de keuken ketels en telloren hoordigen rammelen en ’t senachts was er alles en ‘t ’s andrendaags nuchtings niets. De pater kwam en had ne stok mee. Hij stond er eerst aan te lezen en ’t zweet druptige van zijn wezen. Maar hij leesdige ’t kwaad af en sloeg de paal in de grond. Maar hij moest hem weren daarvoor en zweten dat hij deed. ’t Was lastig. En ’t was gedaan want ’t kwaad kost voorbij die paal niet.
Beschrijving
Op een boerderij hoorde men 's nachts in de keuken borden en kookpotten rammelen. 's Ochtends was er niets meer te horen. De bewoners van de boerderij gingen te rade bij de paters van Eeklo. Eén van de paters kwam de boerderij overlezen tot hij helemaal bezweet was. Daarna sloeg de man een paal in de grond. Het kwaad kon niet meer voorbij die paal.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, 1963
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
443
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Maldegem   
