Hoofdtekst
29C’’ Ja en dan, ja die aanvallen die ik gekregen heb ik kan dat niet blijven herhalen28C’’ Dat heeft zevenentwintig jaar29C’’ Altijd, altijd mij zo gekoeioneerd. 28C’’ Altijd die miserie geweest.29C’’ De ene keer was ik eens heel goed en dan hup had ze me weeral als ik met mijn hond ging. En zo geweest dat jij meeging tot op Tringkes berg, dat ik zei: "Louis, mag ik aan je arm hangen, ik ben niet goed. En lijk als ik die arm had, was dat weg. En ik zou versmacht hebben, ik zou op de grond neer gaan liggen.28C’’ Maar met mij kon ze dat niet doen. Als zij mijn arm vastpakt, dan zou ik dat ook hebben, dat ging toch niet.29C’’ Louis was sterker dan zij, want ze heeft ooit tegen Louis gezegd: "Jij kunt me…" 28C’’ "Koeioneren dat ik zou doodvallen", dat wist ik wel.29C’’ Ja. "Jij kunt mij koeioneren dat ik zou doodvallen," dat zei ze. En het is via Louis dat ik nog leef, want anders zou ik versmacht zijn.28C’’ Maar door wat komt het. Daar lag nog bazaar om een konijnenkot te maken en ik mocht geen nieuw kopen, ik moest dat met die kweddelen (rommel) maken. x Ja.28C’’ En zo begon die miserie. "Je kan me koeioneren dat ik zou doodvallen." En ik gaf niet af, ik gaf niet toe. Zij peisde (dacht) dat ik ging toevallen, nooit. Nee.29C’’ En het is altijd met mensen die niet sterk zijn. Niet in gevecht, maar die niet sterk zijn van hart. Die week van hart zijn en die weemoedig en rap schreeuwen en die altijd zich alles aantrekken en altijd goed doen voor ander mensen. Het is die die ze in hun greep heeft. Ik zal eer zeggen… Het is de laatste jaren op het werk ook nog voorgevallen dat Nancy zei: "Angèle, ocharm, ik heb niks voor bij mijn boterham." Dat ik zei: "Dat is niks, Nancy, hier is de helft van mij." Zo is het dan, versta je. Het is altijd met de goede zielen die voor een ander in de bres springen en zo.28 Ja, ons Audrey doet dat niet meer nu. Want als ze dat zegt, als je op voorhand gaat zeggen van: die gaat zich de komende week ophangen. Kom. 29 Nee, ze doet dat niet graag. Ze weet dat op avance (voorhand) als er iets gaat gebeuren. Want dan zegt ze dikwijls op mijn verjaardag. Niet zijzelf, maar kameraden, dan weet ze dat al er gaat weeral iets voorvallen.28 Dat is arig (vreemd).29 Zie, want ze gaf bij Conny ook iets.28 Een drink met de hoop.29 Een drink of zo.28 En dan rijdt die, hoe heet ze, die van dat schoonheidsinstituut. Dan rijdt die toch wel met volle speed door de platen. Dat maske (meisje).x Ja.28 Maar zij was daar niet bij. 29 Nee, Audrey zat daar binnen, maar ze wist op voorhand dat er iets ging gebeuren.28 Dat was een kameraad.29 Dat was een kameraad. Ze ging bij de bakker een beetje werken in Tielt, die vrouw had een boeket bloemen voor haar gehaald. Die zoon rijdt zich te pletter tegen de brug hier aan de autostrade. Weer met haar verjaardag. En zo is dat ringkaaneen (aan een stuk door) ze zegt: "Die datum…" Ja kom, dat is altijd zo voor die dag schande te maken. x Ja.29 Ik ben geweest als ik ging werken.28 En toen zat ze met geen kwaad.29 Nee, Audrey doet geen kwaad, die zou voor een ander in de bres springen.28 Maar ze was wel opgekweekt dat ze het zou moeten doen.29 Dat kan ze, dat kan. Want dat was een huurhuis hier en die zijn been werd afgezet hierboven, kanker. En de Zwaan, dat was zo voor de jeugd.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een heks plaagde haar schoondochter voortdurend. Daardoor voerde de arme vrouw zich vaak niet goed. Wanneer de vrouw haar echtgenoot een arm gaf, voelde ze zich op slag beter. De heks wilde haar eigen zoon immers geen kwaad doen. Bovendien wist de heks dat haar zoon sterker was dan zij. Vooral weekhartige mensen die altijd goed probeerden te doen voor iedereen, vielen ten prooi aan heksen. De kleindochter van de heks wist altijd vooraf wanneer er iets ergs zou gebeuren. Meestal gebeurden dergelijke rampen op haar verjaardag.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.1 Heksen
vlaams-brabants (groot-aarschot)
29C'' en 28C''
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Rillaar   

