Hoofdtekst
Onderwerp
SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.   
Beschrijving
Op het begijnhof van Zoutleeuw spookte het. Boer Jan zag het spook 's morgens vroeg wanneer het nog donker was. Jan meende dat de begijn sprak: "Ik ben nog een begijn en draai mijn wielken wonderfijn". Jan, die zijn revolver vasthield, riep verschrikt: "Maak dat je wegkomt of ik schiet!" Daarop antwoordde het spook: "Wie zal mij toch beletten hier mijn wieltje neer te zetten. Honderd jaar geleden heb ik dit hof gesponnen en met dit wieltje mijn brood gewonnen". Jan sprak tot de verschijning: "Ik wil weten wie jij bent, vanwaar jij komt en wat jij hier komt doen!" De begijn antwoordde: "In deze grond heb ik mijn beurs verborgen. Ik blijf ze zoeken, al was het tot morgen". Jan sloeg met een stok naar de begijn, die vervolgens omviel. De volgende dag vond men op die plaats een bundel zwarte kleren en een bussel stro in de vorm van een mens. Wat verderop lag een oud spinnewiel met de volgende tekst: "Wie zal mij toch beletten Hier mijn wieltje neer te zetten, Ik ben nog eene oude begijn En draai mijn wieltje wonderfijn. Over honderd jaar heb ik dit hof gesponnen En met dit wieltje mijn brood gewonnen Och Heer, waar is nu mijn oude cel Z' is afgebroken, ik peisde het wel In dezen grond heb ik mijne beurs verborgen Ik blijf ze hier zoeken al was 't tot morgen Ik zou geerne vinden mijn oude duiten Mogelijk liggen ze hier nu te buiten Vind ik ze niet in dezen grond Dan kunt gij ze maar zoeken of 't is van den hond".
Bron
D. Herbots, Leuven, 1974
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
brabants (oosten)
30A
fabulaat
bron: "De Leeuwenaar", nr. 23 (zaterdag 17 november 1888)
Naam Locatie in Tekst
Zoutleeuw   
Plaats van Handelen
Zoutleeuw   
