Hoofdtekst
Op een hoeve stierf d'een beest achter d'ander in de stal en den boer zei: "Daar moet een kwade hand in zijn." En op ne nacht zag hij er ene die met ne mesthaak een beest buiten sleurde. Dat moet nen tovenaar geweest zijn.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Op een boerderij waar alle dieren stierven, geloofde de boer dat de kwade hand er iets mee te maken had. Op een nacht zag hij een man met een mesthaak een dier naar buiten sleuren. Die man moest een tovenaar zijn geweest.
Bron
L. Smets, Leuven, 1963
Commentaar
2.2 Tovenaars
antwerps (rupelstreek en omgeving)
276
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Blaasveld   
