Hoofdtekst
Daar was hier 'ne bokkerijer knecht bij N. Maar de baas werd dat gewaar. Twee schoof hij er in de schoenen dat ze er bij waren. En die zegden altijd: 'Maar nee, baas.' Maar de baas zei: 'Ik raad u aan op de vlucht te gaan.' Op 'ne nacht trok die knecht er toch van door. En lang daarna was die boer 'ne bampt aan 't omhouwen, toen kwam er een troebelke soldaten door. En den eerste daarvan gong uit de rij, hij gong voor de boer staan en hij zei: 'Daag Mèèr.' Mèèr heette die boer. 'Ik ken u niet', zei de baas. 'Daag Mèèr' zei hij weer. En toen hij door was wist de baas het : 'Dat is die knecht die ik heb weggeschikt.'
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Boer Mèèr had een knecht van wie hij vermoedde dat ze hij de bokkenrijders was. De boer raadde de knecht aan om te vluchten. Hoewel de knecht altijd alles had ontkend, vertrok hij op zekere nacht toch. Toen de boer enkele jaren later een veld aan het omploegen was, zag hij in de verte een troep soldaten aankomen. Eén van de soldaten ging voor de boer staan en zei: "Dag Mèèr!" Aanvankelijk herkende de boer de soldaat niet, maar even later zag hij dat het de knecht was die hij ooit had weggestuurd.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Mèèr   
Naam Locatie in Tekst
Neeroeteren   
